Supervisie

Methode van Supervisie

Supervisie is een vorm van begeleid leren waarbij de eigen ervaringen van de supervisant in de beroepspraktijk en de manier waarop daarvan wordt geleerd als uitgangspunt worden genomen. Supervisie richt zich op het verbeteren van het beroepsmatig handelen.
Supervisie heeft het karakter van een systematisch leerproces waarin op methodische wijze tal van persoons- en beroepsgerichte thema’s aan de orde komen.

In het leerproces gaat het om een samenhang van denken, voelen, houding en handelen. Waar werkbegeleiding in een instelling zich vooral richt op het goed functioneren, richt supervisie zich vooral op het leren een goede/betere beroepsbeoefenaar te worden.
Hierbij dient de student praktijkverhalen en materiaal in te brengen en de medesupervisanten te gebruiken om de eigen vragen te onderzoeken. Deze dienen vervolgens in een leerproces verder uitgewerkt te worden om zo te komen tot nieuwe inzichten, tot verandering van houding en gedrag en tot het verbeteren van het beroepsmatig handelen.

Voor aanvang van de supervisie formuleert de supervisant concrete leerdoelen of leervragen waaraan hij/zij gedurende de supervisie wil werken. Deze doelen of vragen hebben betrekking op zijn/haar persoonlijk en beroepsmatig functioneren.
Gedurende de supervisie brengen de supervisanten elke bijeenkomst actief eigen materiaal in, wat betrekking heeft op de hiervoor genoemde leervragen of doelen. Dit zijn meestal persoonlijke ervaringen en praktijksituaties waarin de supervisant zelf een rol speelt, we noemen dit de werkinbreng.

Na afloop van elke bijeenkomst schrijven supervisanten een reflectieverslag. Het reflectieverslag wordt, gecombineerd met de zojuist genoemde werkinbreng, minimaal drie dagen voor de volgende bijeenkomst per mail naar de groepsleden en de supervisor wordt verstuurd.

Het reflectieverslag bevat een commentaar op de eigen inbreng en die van de medesupervisanten, en hierin wordt ingegaan op de opmerkingen en suggesties van de medesupervisanten en de supervisor naar aanleiding van het ingebrachte materiaal. In het reflectieverslag wordt een kritische beschouwing gegeven over het eigen handelen, de effecten van dat handelen en wordt aangegeven tot welke nieuwe inzichten de supervisant is gekomen. Tot slot worden deze overwegingen gekoppeld aan de eigen leervragen of doelen, zodat de supervisant zijn/haar leerproces voortdurend volgt.
Iedere bijeenkomst komt normaliter ieders werkinbreng aan bod, en waar zinvol elementen uit reflectieverslagen. Ook andere creatieve werkvormen behoren tot de mogelijkheid, zulks ter beoordeling van de supervisor en in onderling overleg.

Een supervisiereeks bestaat uit 12 tot 15 tweewekelijkse bijeenkomsten.
Na afloop wordt een LVSB-erkend certificaat uitgereikt.

Opzet supervisietraject

De eerste bijeenkomst vindt de ‘installatie’ plaats. Daarin worden afspraken gemaakt als:
Hoe gaan we met elkaar om? Welke werkwijzen worden gehanteerd? Wat verwachten we over en weer van elkaar? Ook de vertrouwelijkheid van de informatie krijgt daarin aandacht.

De derde bijeenkomst is er een klikevaluatie: gaan de gesprekken zoals verwacht?
‘klikt’ het zo, dat we het hele traject met elkaar willen gaan? Vanaf dat moment verbinden alle deelnemers, supervisor en supervisant(en), zich aan elkaar voor de duur van het supervisietraject.

Halverwege het traject wordt er een tussenevaluatie gehouden: het leerproces van de supervisant(en) staat centraal: Hoe gaat het tot nu toe? Is er voldoende vordering?
Hoe zal het vervolgtraject eruit zien? Rond welke leervragen zal dit zich gaan concentreren?

Op alle pagina's is een disclaimer van toepassing.